|
.
Rotterdamse
deelnemers kregen Griekse toonsoorten voorgelegd met namen als Hitzaz, Sabach,
Rast en Kartzihiar, en de opdracht kleine individuele improvisaties te spelen
met dit voor hen nieuwe toonmateriaal. Later in de workshop kwamen ritmes in
oneven maatsoorten aan bod. Elke improvisatie werd door Koperdraat uitvoerig
becommentarieerd, en uit dat commentaar werd snel duidelijk waarin de essentie
van deze workshop gelegen is: het zelf zoeken naar mogelijkheden om je
improvisatie vorm te geven. De Griekse toonladders en ritmes vormden geen
leerdoel, maar materiaal om op een onbevangen manier te kunnen werken.
Vrijwel elke
deelnemer zag zich geconfronteerd met een gebrek aan motorische routine vanwege
de nieuwe toonladders. Voor Michiel Koperdraat was die onwennigheid een
aanhaakpunt om zijn speelfilosofie uiteen te zetten. Voor muzikale ontwikkeling,
meent hij, zijn drie dingen nodig: techniek, inzicht, en gevoel. Geen van die
drie dingen moet je veronachtzamen als je verder wilt komen. Bij het spelen van
nieuwe toonladders moeten we telkens nadenken. Denkprocessen spelen zich zéér
veel langzamer af dan motorische en
gevoelsprocessen. Daarom moet je de technische beheersing van je instrument
zodanig oefenen dat je er niet meer over hoeft na te denken, maar het kunt
aansturen vanuit je gevoel. Iedere ervaren improvisator kent de mooie momenten
waarop het musiceren vanzelf lijkt te gaan, zonder nadenken. Het is dan een
voordeel als je veel materiaal in je motorische bagage hebt. Enkele
workshopdeelnemers keken een beetje sip op deze plaats in het verhaal. Dus toch
weer thuis toonladders oefenen? Ja, en de rest: dynamiek, klankkleurverschillen,
toonbehandeling (vibrato, glissando), alles wat maar mogelijk is. Onderzoek het,
probeer het uit, leer je instrument kennen tot in de hoekjes en gaatjes. De
oosterse toonladders stimuleerden in elk geval de zin om de tanden in iets
nieuws te zetten.
Nu we weten hoe
techniek en gevoel zich volgens Koperdraat tot elkaar verhouden, hoe zit het met
inzicht? Ook dit onderwerp kwam telkens weer in beeld aan de hand van de korte
improvisaties. Muzikaal inzicht toont zich in de opzet van een boeiende muzikale
structuur. In deze kwestie bestaan geen voorschriften en geboden. Michiel heeft
de workshopdeelnemers tips en hints gegeven aan de hand van het 'modaal
improviseren'. De reeksen van zeven tonen die wij toonladders noemen, zijn in
modale muziek veeleer het kernmateriaal van een muziekstuk, waarbij al het
tussenliggende (chromatische tonen, glissando, vibrato) eventueel naar smaak en
inzicht gebruikt kan worden. Maar, wat is dan smaakvol? In modale improvisaties
kan je tonen, buigingen, wendingen en frasen 'proeven op hun smaak' tijdens het
spelen. Iets dat goed klinkt mag je best eens herhalen, nog wat zwaarder
aanzetten als je wilt. Je kan een toon kiezen als tijdelijk zwaartepunt, waar je
omheen speelt. Net zoals een verhaal uit zinnen is opgebouwd, bestaat de
structuur van muziek uit afgeronde brokken en brokjes. De modale reeksen geven
een handvat voor structuur, zonder dat het kant en klare liedjes zijn.
Nog één dingetje van Michiel: probeer 'innerlijk applaus en boe-geroep' te
negeren. Goeie muziek vist niet naar complimentjes.
|